Nieuws

Nieuw beeldmerk voor betere afvalscheiding

Gemeenten, afvalinzamelaars en brancheorganisaties communiceren allemaal op eigen wijze over afvalscheiding. Een nieuw beeldmerk met de boodschap ‘Samen geven we afval een nieuw leven’ moet ervoor zorgen dat burgers al die verschillende boodschappen voortaan met elkaar linken. Met als doel: betere afvalscheiding, minder restafval en meer grondstoffen voor de circulaire economie.

Hoe kunnen overheden, uitvoeringsorganisaties, inzamelaars en verwerkers van afval en brancheorganisaties hun communicatie over afvalscheiding verbeteren? Die vraag stond in 2018 centraal tijdens een verkenning van Rijkswaterstaat en de Vereniging Producentenverantwoordelijkheid Nederland (VPN). ‘Stakeholders willen meer uniformiteit in de communicatie’, zegt Ageeth Boos, senior adviseur van het kenniscentrum Afval Circulair van Rijkswaterstaat. Verbetering van de communicatie over afvalscheiding is om dezelfde reden een van de speerpunten van het uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijke Afval. Boos: ‘Over het onderwerp afvalscheiding wordt veel gecommuniceerd. Maar al die verschillende communicatie-uitingen staan op zichzelf, waardoor een burger zich elke keer moet afvragen: waar gaat dit over? Door boodschappen te verbinden worden deze eerder begrepen.’

Uit de verkenning bleek dat een gezamenlijke campagne over afvalscheiding niet haalbaar was. Daarvoor zijn onder meer de boodschappen en de communicatiedoelen van de stakeholders te verschillend van elkaar. Voor het verbinden van individuele communicatiecampagnes bestond wél veel animo. In samenwerking met voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal, de NVRD en communicatiebureau Tabula Rasa werd vervolgens een nieuw ‘verbindend beeldmerk’ ontwikkeld, daarna getest onder burgers en uiteindelijk in september van dit jaar gepresenteerd. Als slogan is gekozen voor 'Samen geven we afval een nieuw leven’. In een spiraalvormig logo maken pictogrammen duidelijk welke producten gescheiden moeten worden om er weer nieuwe producten van te kunnen maken.

Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk overheden, producenten, afvalinzamelaars en brancheorganisaties het beeldmerk gaan gebruiken in hun communicatie. Burgers moeten het logo en de slogan tegenkomen op het voorlichtingsmateriaal van hun gemeente, maar bijvoorbeeld ook op de vrachtwagen van de ophaaldienst en bij het inzamelpunt van elektrische apparaten. Hierdoor zullen zij de verschillende communicatie-uitingen voortaan met elkaar associëren, verwacht Boos. ‘Individuele boodschappen worden door het beeldmerk als onderdeel van een groter geheel gezien. Burgers leggen meteen de link met afvalscheiding en worden zo dus ook veel vaker met het onderwerp geconfronteerd. Het beeldmerk zet hen zo via het principe van ‘onbewuste beïnvloeding’ aan tot het gewenste gedrag: het scheiden van afval.’

(Bron: magazinesrijkswaterstaat.nl)

Circulaire economie in 2050

In 2050 moet de Nederlandse economie volledig circulair zijn. Zover is het nog lang niet. Er moet nog veel gebeuren om die ideale situatie te bereiken. Het bevorderen van recycling bijvoorbeeld. Er is nog veel milieuwinst mogelijk uit recycling, De zojuist verschenen publicatie van het Centraal Planbureau (CPB) ‘Beleid voor meer milieuwinst met recycling’ doet aanbevelingen om die winst te vergrote

n. Het CPB noemt onder meer:

  • een exportheffing of -verbod voor kunststofverpakkingsafval naar een aantal landen.
  • een uitgebreidere producentenverantwoordelijkheid.
  • Design for Recycling.
  • Statiegeld.
  • Beter en meer informeren van bedrijfsleven en burgers.

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is al ingevoerd voor het recyclen van papier. De kwaliteit van het afval is een groeiend probleem. Ook de vervuiling van oudpapier neemt toe. Dit komt bijvoorbeeld door etensresten op papier. Papierrecycling is gebaat bij een aan de bron gescheiden, schone en droge stroom oudpapier.  PRN heeft n.a.v. het Vervuilingsrapport 2019 al eerder opgeroepen om de communicatie over recycling en de kwaliteit van oudpapier richting bedrijven en consument te verbeteren en uit te breiden.

Ondanks dit alles is de recycling van papier en karton in het afgelopen jaar weer gestegen. Het recyclingpercentage niet-verpakkingen van papier bedroeg 86% (2018). Dat van verpakkingen 88% (2018). Nederland is daarmee koploper op wereldniveau.

(Bron: prn.nl)

"Afval scheiden: een nobel streven, super goed voor het milieu", denken we. Maar helaas, we doen het fout!

„Zit er een bonnetje tussen het oud papier? Dan wordt de hele lading afgekeurd”, verkondigt iemand stellig op een familieverjaardag. Klinkt als een sterk verhaal, maar heeft toch een kern van waarheid. Zo horen we er wel meer, dus hier wat feiten en fabels op een rijtje.

Die vette pizzadoos waarin jouw avondeten werd bezorgd, kan de papierverzameling zomaar richting de verbrander sturen. Een gebroken wijnglas hoort niet in de glasbak maar bij het grofvuil. Metalen blikjes mogen in dezelfde zak als het oude plastic, maar de kapotte kunststof speelgoedauto van je zoontje dan weer niet. Hoe goedbedoeld ook: er gaat veel mis met afvalscheiding, het is dan ook een behoorlijk oerwoud geworden.

Heeft het zin?
„De mensen thuis zijn heel lief, maar weten eigenlijk niet zo goed waar ze mee bezig zijn”, zegt Peter Rem, hoogleraar resources en recycling aan de Technische Universiteit Delft. Volgens hem zit het probleem in dat we best het vage idee hebben dat recycling goed is, maar zonder duidelijk beeld waarom.

Als het allemaal zo ingewikkeld is, kan je je afvragen of het scheiden van huisvuil wel nut heeft. Absoluut. Afval is geld waard. Er zitten veel grondstoffen in die we opnieuw kunnen gebruiken: kunststoffen, glas, metaal, papier, et cetera. Als materialen worden hergebruikt, hoeven er geen nieuwe grondstoffen gewonnen te worden. Het omsmelten van aluminium bijvoorbeeld kost twintig keer minder energie dan het winnen ervan.

Rem somt hierbij drie redenen op die afvalscheiding zinvol maken. Het is ten eerste minder belastend voor het milieu doordat er minder grondstoffen gewonnen hoeven te worden. Die nieuwe grondstoffen kosten natuurlijk geld, dus recyclen is ook financieel aantrekkelijk. Tot slot maakt recyclen je strategisch minder afhankelijk van andere landen, handig als grondstoffen uit gebieden moeten komen waar we geen hele goede relaties mee hebben. „Recyclen betaalt overigens pas echt uit als dingen worden hergebruikt. Een auto wordt weer een auto, een shampoofles weer een shampoofles. Anders heb je alsnog steeds nieuwe materialen nodig.”

Alles op dezelfde hoop
Daar sta jij (of je ouders) dan in de periferie, met je goede gedrag en minstens drie aparte kliko’s in de tuin het huisvuil netjes uit te splitsen. En dat terwijl in de stad alles maar in dezelfde vuilniszakken wordt gegooid. Herkenbaar? Je bent niet de enige. Het brengt ons bij een van de grootste en meest hardnekkige fabels: uiteindelijk komt alles op dezelfde hoop terecht.

Zo’n tien jaar geleden werd, zeker in de grote steden, het grootste deel van het afval verbrand. De warmte werd gebruikt en de wat grotere metaalresten werden uit de as gevist om te recyclen. Inmiddels zijn de technieken wat verder gevorderd. Rem: „Er zijn twee soorten bedrijven die met afval aan de haal gaan. De eerste verhandelen het afval, die vinden het prettig als huishoudens het in zo veel mogelijk soorten uitsplitsen. Andere bedrijven recyclen het. Die hebben sorteerinstallaties die het afval uitsplitsen, vaak beter dan de huishoudens zelf.”

Handen in het haar
Kleine dorpjes hebben vaak geen enorme sorteerinstallatie, die zijn er in ons land ook nog niet zo lang. Er staan er nu vier in Nederland, de oudste is een jaar of vijf en de jongste ging ongeveer een jaar geleden in Amsterdam in gebruik. „Voor die tijd zaten steden met de handen in het haar”, zegt Rem. „Mensen in steden hebben vaak een wat kleiner woonoppervlak, het leven is er ook wat heftiger. Er is dus minder tijd en ruimte om te splitsen.”

In veel grotere steden wordt nu gekozen voor nascheiden. In Utrecht loopt inmiddels een pilot in de gebieden met hoogbouw. Hier wordt gekeken hoe de resultaten van bron- en nascheiding zich verhouden. Gerhard Schoonvelde is daar beleidsadviseur grondstoffen, de meeste fabeltjes heeft hij wel langs horen komen. Hoe zit het dan met die bonnetjes bij het oud papier? „Verwerkers hebben dat liever niet natuurlijk, vanwege de speciale coating die erop zit, maar één bonnetje zorgt er niet voor dat een hele lading wordt afgekeurd. Dat zit altijd in de marge. Dan moet niet iedereen spontaan zijn bonnetjes weer bij het papier gaan gooien natuurlijk.”

Die nieuwe manier van afvalverwerking levert wel weer nieuwe misverstanden op. Schoonvelde: „Nascheiding betekent niet dat er aan de bron niets meer gesplitst hoeft te worden.” Eigenlijk kunnen alleen plastic, drankenkartons en metalen er via nascheiding uit worden gehaald. Als er bijvoorbeeld kunststof bij het groente-, fruit- en tuinafval zit, kan het niet worden verwerkt. De plasticdeeltjes zorgen er in dat geval voor dat het niet meer als compost mag worden gebruikt in de tuinbouw. Ook papier of textiel raken als deze vermengd worden bij het restafval zo vervuild dat ze via nascheiding niet meer goed kunnen worden hergebruikt.

Doolhof
Met al die verschillende producten is het een aardig doolhof geworden. Als je het echt niet meer weet, kan je gelukkig opzoeken waar jouw waardevolle troep naartoe mag. Milieu Centraal heeft hier zelfs een app voor gebouwd.

Wist je bijvoorbeeld dat een ovenschaal of wijnglas niet in de glasbak mag? „In algemene zin kan veel glas bij elkaar, als het maar ’verpakkingsglas’ is. Een ovenschaal is thermisch glas, dat heeft een veel hogere smelttemperatuur. Als daar te veel van in een batch zit, wordt die verontreinigd. In de praktijk gebeurt het weinig, omdat de opening van de glasbak expres zo klein is, dat een ovenschaal daar niet doorheen past.”

(Bron: Metro)

 

E-sigaretten zijn een recycle-nachtmerrie

Elektronisch roken is niet alleen slecht voor je gezondheid, maar ook voor het milieu. Elektronisch roken is booming. E-sigaretten lijken veel op een gebruikelijke sigaret, maar verhitten een vloeistof en geen schadelijke tabak. Het is al aangetoond dat vapen schadelijk is voor de gezondheid. Nu waarschuwen onderzoekers ook voor de ernstige milieu-effecten van de e-sigaret.   
Naar verwachting roken in 2021 55 miljoen mensen elektronisch, wat zal leiden tot miljoenen giftige wegwerpproducten.

Een elektronische sigaret (e-sigaret) is een variant van de “gewone” sigarettenpeuk. Het is een draagbaar, batterij-aangedreven elektronisch apparaatje dat vloeistoffen verdampt zonder tabak te verbranden.
De verdampers (in het Engels vaporizers of vapes genoemd) zijn in allerlei soorten en maten verkrijgbaar. Sommige vape-pennen zijn voor éénmalig gebruik en worden daarna weggegooid, andere kun je hervullen met vloeistofpatronen.
Ondanks het gevarieerde aanbod, bestaan e-sigaretten uit twee hoofdonderdelen: een batterij en een tankje. Het werkt als volgt: je drukt op een knop, de batterij wordt warm en verdampt de vloeistof in het reservoir. De damp die hierbij vrijkomt, inhaleer je.

Naast gezondheidsrisico’s vormen e-sigaretten een groot milieuprobleem. Je zou misschien denk dat de vaporizers milieuvriendelijker zijn dan “gewone” sigarettenpeuken, maar niets is minder waar. Marktonderzoek wees uit dat 184 van de 560 beschikbare soorten e-sigaretten voor eenmalig gebruik zijn, en daarna worden weggegooid. Dat, terwijl er nog vele giftige stoffen zoals nicotine, proypleenglycol (gewonnen uit aardolie), nitrosamine (kankerverwekkende stof) en metalen in de e-sigaretten zitten wanneer ze worden weggegooid. Wanneer dit in de natuur terechtkomt, vervuilt het de bodem en het grondwater. Erg duurzaam zijn de wegwerp-vapes dus niet.  n
De e-sigaretten die je kunt navullen zijn niet veel beter. Er zijn op dit moment geen methodes om e-sigaretten te recyclen. Ook weten gebruikers vaak niet hoe en waar ze hun dampapparaat moeten weggooien. Moet het bij het klein chemisch, plastic of elektronische afval? Op geen van de zes populairste e-sigaret merken staan aanwijzingen over hoe je het product moet weggooien.
Het is dan ook erg lastig om e-sigaretten correct te recyclen. De nicotinehoudende vullingen bevatten chemicaliën en behoren tot de categorie klein chemisch afval. De lithium-ion-batterijen in de verdampingsapparaten moeten als speciaal elektronisch afval worden verwerkt en het reservoir is gemaakt van verhard plastic.

Als je een e-sigaret op een correcte wijze wilt recyclen, moet je het volgende uitgebreide proces doorlopen:

  1. Haal eerst de accu uit het verdampingsapparaat. Dit kun je naar een lokaal inzamelpunt voor elektronisch afval brengen.
  2. Verwijder vervolgens het patroon met de gearomatiseerde nicotine of cannabis, en spoel de vulling en het apparaat goed af. Zorg ervoor dat er geen nicotine resten achterblijven.
  3. Verzegel vervolgens de vulling en het apparaat. Je kunt het nu weggooien als plastic afval.

Het is maar de vraag hoeveel gebruikers deze moeite zullen nemen....

Een mogelijke oplossing om het groeiende afvalprobleem van e-sigaretten op te lossen is een statiegeldsysteem. Elke gebruiker die zijn of haar e-sigaret en vullingen terugstuurt naar de producent, krijgt een vast bedrag van het aankoopbedrag terug. Zo wordt voorkomen dat ze in het milieu terechtkomen. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat de politiek en bedrijven samenwerken, en er nieuwe wet- en regelgeving komt.

(Bron: voordewereldvanmorgen.nl)

Kamer wil statiegeld op blikje

Wie een blikje frisdrank koopt, moet daarover straks statiegeld betalen. Een Kamermeerderheid wil staatssecretaris Van Veldhoven (Milieu) dwingen om een systeem op te tuigen voor statiegeld op blik. De regeling kan dan ingaan per 2022.

De maatregel moet ervoor zorgen dat minder zwerfafval in de natuur verdwijnt. Ook kan de afvalberg kleiner worden door recycling, via de invoering van een klein statiegeldbedrag zoals op plastic flessen.
Op initiatief van regeringspartij ChristenUnie komt er volgende week een motie te liggen met deze wens, die mede is ondertekend door coalitiepartners CDA en D66. Ook het linkse blok van SP, GroenLinks en PvdA is groot voorstander van statiegeld op blik, waarmee een meerderheid ontstaat.
Kamerlid Carla-Dik Faber (ChristenUnie) pleit al jaren voor invoering. ,,Deze kans mogen we niet laten lopen. Ik zie dat er nog veel te veel blik tussen het zwerfafval zit en dat een reductiedoel ontbreekt. Marktpartijen leunen achterover. Dat is onacceptabel.”

Naast de milieuschade overlijden er regelmatig koeien door versnipperde frisdrank- en bierblikjes in het gras. Die komen in de magen van de koe terecht en veroorzaken levensgevaarlijke verwondingen.
Het CDA was lang geen fan van statiegeld op blik, maar volgens Kamerlid Maurits von Martels (zelf melkveehouder) is zijn partij nu om. ,,We hebben bij het CDA lang gedacht dat mensen wel zouden begrijpen dat blikjes niet in de natuur thuishoren, maar het werkt gewoon niet.”
Het verpakkend bedrijfsleven krijgt de komende tijd de kans om alsnog te zorgen dat er een stevige neerwaartse trend ontstaat van blik tussen het zwerfafval voordat statiegeld wordt ingevoerd, maar de politiek heeft daar weinig vertrouwen in.

Opmerkelijk genoeg kondigde staatssecretaris Van Veldhoven twee weken terug nog aan dat ze versneld een beslissing gaat nemen over de invoering van statiegeld op kleine plastic flessen, maar ze repte met geen woord over een statiegeldsysteem voor blik. Dik-Faber (ChristenUnie) kan er kort over zijn: ,,De staatssecretaris zet de stap niet, wij doen dat wel.”

Het aantal plastic flesjes en blikjes in het zwerfafval blijkt in de eerste helft van 2019 weer toegenomen, na een eerdere daling. Voor politici en gemeenten een extra reden om te starten met één statiegeldsysteem en deze afvalstromen in te perken.
Een substantieel volume van het zwerfafval bestaat nu uit twee stromen: kunststof drankflesjes én blikjes. Die zijn bij uitstek geschikt voor inzameling via een statiegeldsysteem, bepleitte de VNG al. De gemeentekoepel vreest dat blikjes in de toekomst anders vaker op de markt worden gezet als drankverpakking. Ook zullen consumenten daar eerder naar grijpen, omdat een blikje makkelijker is dan een statiegeldflesje.
Dik-Faber ziet deze logica ook. ,,We willen toe naar een schone leefomgeving, we willen de natuur niet belasten en we willen toe naar een circulaire economie. Als je dan kijkt naar effectieve maatregelen, is er eigenlijk maar één systeem dat echt goed werkt en dat is statiegeld.” De aanstaande invoering van statiegeld op kleine plastic flessen én blik omschrijft ze daarom als ‘een zeer grote en betekenisvolle stap'.

Suzanne Kröger (GroenLinks) noemt blik in het zwerfafval, naast plastic, een ‘steeds nijpender probleem'. ,,Voor de boeren is het gevaarlijk, vanwege hun koeien. Maar bij zwerfafval geldt ook: vuil trekt vuil aan, er komen dan steeds meer blikjes bij.” Ze constateert dat één statiegeldsysteem in andere landen al heel goed blijkt te werken. ,,Dus wat ons betreft komt blik er zo snel mogelijk bij.”

Overigens liet staatssecretaris Van Veldhoven (Milieu) vorige week weten zelf in te grijpen om de reductie van blik in het zwerfafval zeker te stellen. ,,In het bestuurlijk overleg heb ik aangegeven daarvoor verschillende maatregelen te zullen bekijken, inclusief wettelijke maatregelen”, schrijft ze.
In haar Kamerbrief staat echter niet om welke maatregelen het concreet gaat. De woordvoerster van de staatssecretaris wilde daar desgevraagd ook niets over kwijt.

(Bron: AD.nl)

Dit gooien we allemaal in de prullenbak

Een ongeopend pak hagelslag dat nog tot november goed is. Een half bakje filet americain. Een handvol gerimpelde aardappeltjes met uitlopers. Wie gaat schatgraven in afval, vindt etenswaren die we wellicht hadden kunnen redden. Het Voedingscentrum duikt in onze vuilniszakken.

Het ruikt een beetje zurig, bij de tafel waar Arno Vlooswijk zijn buit bekijkt. De onderzoeker toont in een zelfgemaakte ‘winkel’ wat hij allemaal heeft gevonden tussen het vuilnis van een Hilversumse wijk. ,,Veel brood”, zegt Vlooswijk, terwijl hij wijst naar de stapel verweesde kapjes, hard geworden broodjes en een nog onaangeroerde croissant. ,,En ook vleeswaren, leverworst en bakjes hummus.”
,,Ik word hier wel een beetje verdrietig van,’’ zegt voedingswetenschapper Corné van Dooren van het Voedingscentrum, kijkend naar de gevonden voedingsmiddelen. ,,Hoewel ik me kan voorstellen dat je een bakje filet americain weggooit als dat de hele avond op tafel heeft gestaan, is weggooien toch zonde. Er zit veel werk in het maken van al die producten.”
Het Voedingscentrum is voorstander van het verwerken van kliekjes, maar het is natuurlijk veel beter om voedselverspilling te voorkomen, legt Van Dooren uit. ,,Daarom laten wij elke drie jaar onderzoeken wat Nederlanders weggooien.”
Dat gebeurt door afval uit verschillende buurten in heel Nederland uit de vuilniszakken, rolcontainers en ondergrondse containers te plukken en aan een nauwkeurige inspectie te onderwerpen. ,,Vandaag doen we dat in Hilversum maar het onderzoek gebeurt ook nog op een dozijn andere locaties in ons land. In representatieve wijken, zodat we een doorsnee van Nederland zien.”

Dat betekent dat vuilnis van het platteland en de stad, van villawijken en van huurwoningen onder de loep ligt. Mensen hoeven niet bang te zijn dat duidelijk wordt wie al die afbakbroodjes of bierworstjes heeft weggemikt. Hun privacy is gewaarborgd. ,,We krijgen precies door in welke straat we afval moeten ophalen”, legt Frits Steenhuisen, directeur van CREM uit. ,,Maar niet een bepaald huisnummer.” Het gaat heel precies. ,,Arno vindt elk elleboogje macaroni.”
Verder nog drie ongeopende zakken Japanse notenmix, misschien wel van een feestje waar minder bezoekers kwamen opdagen dan gedacht. Een paar blikjes knakworsten waar nog een paar exemplaren inzitten. Misschien van iemand die alleen woont en geen tien worstjes in een week eet en uiteindelijk het blikje met een treurige blik weggooit?
,,Bij die worstjes kun je je afvragen of de verpakkingen wel altijd geschikt zijn voor de kleinere huishoudens”, zegt Van Dooren. ,,Maar je kunt zelf natuurlijk ook veel doen om te voorkomen dat je voedsel verspilt: slim inkopen, precies genoeg koken en goed bewaren.” Het is niet zo ingewikkeld, legt hij uit: houd de temperatuur in de koelkast op 4 graden Celsius, meet de hoeveelheden pasta en rijst af met een eetmaatje en koop niet te veel in. ,,Proef, kijk en ruik als je twijfelt. Zuivel kun je vaak nog dagen na de tenminste-houdbaar-tot-datum gebruiken.”

Dit is de vierde keer dat het Voedingscentrum in afval duikt. De eerste keer was in 2010, de laatste keer was in 2016. ,,Het leek toen de goede kant op te gaan”, aldus Van Dooren. ,,Per persoon gooiden Nederlanders gemiddeld 41 kilo vast voedsel (inclusief sauzen, vetten en zuivel) weg, in 2010 was dat 48 kilo.” Nog steeds heel veel onnodige verspilling, schetst Steenhuisen. ,,Van elke zeven supermarktwagens gaat er eentje rechtstreeks de afvalbak in.”
Om te voorkomen dat oude eieren, verdroogde stroopwafels en complete kroppen sla in de prullenbak eindigen, vraagt het Voedingscentrum het hele jaar aandacht voor verspilling. ,,We zijn in maart begonnen met een campagne Hoe #verspillingsvrij ben jij? waarin we tips geven. Als iedereen in Nederland zijn verspilling halveert, zoals de doelstelling is voor het jaar 2030, dan scheelt dat per dag meer dan 27.000 broden en 150.000 literpakken yoghurt.” De analyse over ons afval is naar verwachting dit najaar klaar.

(Bron: gelderlander.nl)

Hoe bewust zijn consumenten zich van het plastic afval?

Consumenten die zich zorgen maken over het milieu en klimaatverandering gebruiken en kopen steeds minder plastic. Dit blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau Kantar, dat mensen uit Azië, Europa en Latijns-Amerika ondervroeg. Steeds meer grote merken lijken zich bewust te worden van de impact die plastic heeft en ondernemen actie. Zo ook Coca-Cola, dat consumenten oproept te recyclen.

Uit het onderzoek blijkt dat bijna de helft (48%) van de consumenten verwacht dat producenten zelf actie ondernemen om minder plastic te gebruiken.

Bewuster koopgedrag

Veel consumenten zijn ongerust, maar ondernemen zij zelf ook actie? Kantar onderzocht, samen met Europanel en GfK, hoe mensen zich voelen over het gebruik van plastic en of zij hun koopgedrag daarop aanpassen. Wereldwijd maken consumenten zich het meeste zorgen om klimaatverandering, gevolgd door plastic afval en watervervuiling. Per werelddeel lijken we ons om andere onderwerpen zorgen te maken. In West-Europa zijn we het meest bezorgd om klimaatverandering, 5 keer meer dan mensen in Azië. In dat werelddeel maakt men zich vooral ongerust om voedselveiligheid en watervulling.

Europese maatregelen tegen plastic afval

De EU heeft zich tot doel gesteld om alle plastic te gaan recyclen in 2030. Om dat voor elkaar te krijgen moeten we af van alle 'single-use' plastic verpakkingen en deze vervangen voor bijvoorbeeld katoen. Sinds 2015 is er een ban op plastic tasjes en is het nu verplicht voor winkeliers om hier een bedrag voor in rekening te brengen.

Zelf actie ondernemen

Wat globaal is veranderd, is dat mensen tijdens het winkelen eigen tassen meenemen en ze daardoor minder vaak plastic tasjes hoeven te kopen. Vaak gebruiken zij ook hervulbare bekers zodat ze geen plastic flesjes hoeven te kopen. Ongeveer de helft van de ondervraagden uit dit onderzoek gaf aan dat zij kraanwater drinken in plaats van gebotteld water. Dat zijn voornamelijk Europeanen, want in Azië en Latijns-Amerika is het kraanwater niet overal van goede kwaliteit. Slechts 22% van de consumenten is kritisch op het kopen van producten die verpakt zijn in plastic.

In Chili blijken de meest milieubewuste mensen te wonen volgens het onderzoek, gevolgd door Duitsland en Oostenrijk. Nederland zit in de middenmoot. In landen waar de economie er relatief slecht voor staat, zijn mensen vaak minder milieubewust. In West-Europa zorgen vooral voedselverpakkingen, verpakking voor persoonlijke verzorging en gebottelde dranken voor het meeste plastic afval. Ook plastic capsules voor koffie en thee komen in behoorlijke hoeveelheden terecht op de plastic afvalberg.

Er valt dus nog veel te doen aan bewustwording van het plastic afval!

(Bron: dutchcowboys.nl)

Renewi gecertificeerd als Sociaal Inclusief Werkgever

Renewi is in Nederland officieel gecertificeerd op niveau 1 van de Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO). Het gaat hier om een landelijke norm voor sociaal inclusief werkgeverschap op het gebied van arbeidsparticipatie. Het doel van de PSO is om meer personen met een afstand tot de arbeidsmarkt op een kwalitatief goede en duurzame wijze aan werk te helpen bij meer (soorten) organisaties.

Vanuit het verleden waren voorgangers van Renewi reeds gecertificeerd, maar nu is deze certificering in Nederland per 1 februari ook Renewi-breed gerealiseerd. Het bevestigt op een onafhankelijke wijze dat het bedrijf zich bewust inzet om kwetsbare groepen duurzaam aan het werk te krijgen én te houden.

De certificering heeft voor Renewi ook breder waarde. Steeds vaker is sociaal werkgeverschap en sociaal inkopen een onderdeel van commerciële trajecten. Met de PSO-certificering geeft de Brabantse onderneming hier een invulling aan. Ook voor klanten heeft dit toegevoegde waarde, aangezien de certificering van Renewi bijdraagt aan hun eigen prestaties en meetelt bij een eventuele eigen PSO-certificering.

Otto de Bont, CEO van Renewi vertelt: “Het is voor Renewi belangrijk dat we als bedrijf aansluiten bij de diversiteit van de samenleving en gebruikmaken van het talent dat daar aanwezig is. Zeker in een tijd waarin we genoeg uitdaging hebben geschikt personeel te krijgen. Talent laat zich niet vangen in een hokje. Daarom vinden we het belangrijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een extra zetje te geven. Het is mooi dat we dit met de PSO-certificering ook goed kunnen laten zien. Onze ambitie is om door te groeien naar niveau 2.”

(Bron: recyclingmagazine.nl)

Renewi neemt activiteiten Rotie Organics over

De uitpaklijn bij Rotie OrgaworldWaste-to-productbedrijf Renewi plc heeft vandaag Rotie Organics overgenomen, een bedrijf dat over-datum producten inzamelt, uitpakt en verwerkt.
De overeenkomst is gesloten voor een nominaal bedrag en omvat onder meer de overdracht van 45 medewerkers, twintig vrachtwagens, klantcontracten en de uitpak-installatie. De uitpakinstallatie ligt gunstig tegenover de anaerobe vergistingsinstallatie van Renewi in Amsterdam.De verwerving betekent een versterking van Renewi's leidende positie op de Nederlandse markt voor organische producten, aldus de onderneming. Met de overname ontstaat een uitbreiding van de bestaande capaciteit voor het omzetten van over-de-datumetenswaren in waardevolle producten en energie. Dit creëert een platform voor continue groei in deze markt en past binnen Renewi's waste-to-productvisie.

Orgaworld is een onderdeel van Renewi's Organische bedrijfsvoering en produceert bijvoorbeeld groene stroom en compost uit de voedselresten. Het beschikt over vijf locaties in Nederland welke zijn gericht op composteren, anaerobe vergisting en technologie voor afvalwaterzuivering. Alleen in de regio Amsterdam produceert Orgaworld voldoende groene stroom voor ongeveer vijftienduizend huishoudens.

Met behulp van innovatie en de nieuwste technologie converteert Renewi afval in nuttige producten zoals papier, metaal, kunststof, glas, hout, bouwmaterialen, compost en energie.  Renewi ontstond in 2017 na de fusie van de Shanks Group met Van Gansewinkel Groep en is genoteerd aan de London Stock Exchange.

(Bron: kunstofenrubber.nl)

Gevaarlijke chemicaliën staan circulaire economie in de weg

Zwakke wetgeving op het gebied van chemicaliën is een obstakel voor de circulaire economie. Door een gebrek aan regulering blijven gevaarlijke stoffen bij recycling in de keten.

Dat stelt ChemSec, een onafhankelijke non-profit die streeft naar het vervangen van giftige chemicaliën door veiligere alternatieven, in een eigen rapport. Het bedrijfsleven zou in veel gevallen inmiddels verder gevorderd zijn op dit gebied dan nationale wetgeving. "Giftige chemicaliën worden vaak over het hoofd gezien in de circulaire-economie-discussie, maar ze moeten aangepakt worden om de circulaire economie werkelijk duurzaam te maken", zegt Anne-Sofie Bäckar, directeur van ChemSec. "Helaas wordt dit door een groot deel van de beleidsmakers niet begrepen, of geven ze er simpelweg niet om." De organisatie roept beleidsmakers op om niet te blijven focussen op de kwantiteit van gerecycled materiaal, maar om ook na te denken over de kwaliteit. 'Overduidelijk problematische' stoffen zouden daarom verboden moeten worden.

Het rapport haalt praktijkvoorbeelden aan, waarbij grote bedrijven als Apple, H&M en Ikea aangeven tegen welke problemen ze aanlopen. Volgens ChemSec laten hun verhalen zien hoe steeds meer bedrijven omgaan met 'zwakke' wetgeving, door zelf hogere eisen te stellen aan de chemicaliën in hun producten. Zo geeft H&M aan dat al in het begin van de design-fase nagedacht wordt over chemicaliën, en dat het erop mikt alleen kleding te maken van stoffen van een eigen 'positieve lijst'.

Beëindigingsbrief naar de conculega sturen namens de klant kan tot problemen leiden

Ter Horst Milieu had een aantrekkelijk afvalinzamelaanbod gedaan aan een zonweringsbedrijf. Deze wilde er wel op ingaan, maar had nog een overeenkomst met Sita lopen. Ter Horst Milieu bood aan om namens het zonweringsbedrijf zou die overeenkomst opzeggen. Ter Horst stuurde heeft een opzeggingsbrief naar Sita gestuurd waarin staat dat het bedrijf de dienstverlening per 1 augustus 2014 beëindigt. Vervolgens wilde Ter Horst per 1 augustus de rolcontainers bij het zonweringsbedrijf plaatsen, maar die weigerde de containers in ontvangst te nemen omdat de overeenkomst met Sita niet was beëindigd. Ter Horst Milieu hield echter wel de rolcontainers beschikbaar voor het bedrijf en ging sindsdien facturen versturen. Het zonweringsbedrijf heeft de facturen onbetaald gelaten waarop Ter Horst naar de kantonrechter stapte.

De vraag die volgens de rechter centraal staat, is of de overeenkomst tussen de twee tot stand is gekomen onder de voorwaarde dat de overeenkomst bij het andere bedrijf opgezegd kon worden.

De rechter overwoog als volgt: Vaststaat dat de opzeggingsbrief een modelbrief van Ter Horst Milieu is geweest. Weliswaar zijn partijen niet expliciet een voorwaarde overeengekomen in de schriftelijke overeenkomst, maar uit de omstandigheid dat Ter Horst Milieu de opzeggingsbrief heeft verstuurd voor het zonweringsbedrijf, heeft Ter Horst mogen begrijpen dat de overeenkomst tussen partijen enkel tot stand zou komen als zou worden voldaan aan de voorwaarde dat de overeenkomst van het zonweringsbedrijf met Sita zou worden opgezegd. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, valt immers niet in te zien waarom Ter Horst Milieu hulp zou verlenen bij de opzegging van de overeenkomst van het zonweringsbedrijf met Sita, anders dan dat deze niet twee overeenkomsten met betrekking tot hetzelfde zou willen aangaan. Nu de voorwaarde niet is vervuld, is er ook geen overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen en is de vordering afgewezen.

Mobiele fabriek voor betonrecycling

De eerste mobiele fabriek voor betonrecycling is gepresenteerd op 4 oktober op de Innovation Expo 2018 door C2CA Technology BV.

C2CA Technology heeft een flexibel inzetbare betonrecyclingstechniek ontwikkeld, waarmee gebroken betonpuin op locatie en volledig kan worden verwerkt tot de volgende hoogwaardige grondstof voor Circuton (circulair beton):

  • Circugrind
  • Circuzand
  • Circument

Het baanbrekende mobiele betonrecyclingsysteem zorgt voor minder C02-uitstoot, voorkomt onnodige logistieke stromen , en door de real-time kwaliteitscheck wordt de time-to-market van het ontstane circulaire toeslagmateriaal aanzienlijk verkort.